Kenniscentrum borstvoeding

Een houvast bij borstvoeding voor moeders en professionelen

Terugkeer naar het werk plannen

 

Informeren

Als je borstvoeding en werk wenst te combineren is het in de eerste plaats van belang dat je je goed informeert over de mogelijkheden om deze combinatie gemakkelijker te maken. Het kan helpen om  al tijdens de zwangerschap voor jezelf te plannen wanneer je opnieuw aan het werk gaat, en hoe je dit zal aanpakken. Ga je voltijds of deeltijds aan de slag? Wil je gebruik maken van een regeling als ouderschapsverlof of tijdskrediet? Wens je beroep te doen op het recht op borstvoedingspauzes, en zijn de nodige faciliteiten aanwezig op het werk? Je kan bij een consultatie bij de vroedvrouw tijdens je zwangerschap ook al concrete vragen stellen over hoe je in jouw situatie je terugkeer naar het werk het beste kan plannen. Hierdoor komen dan al bekommernissen en vragen ter sprake waarvoor samen een oplossing kan worden gezocht.

Bespreken

Het is verder belangrijk dat ook je kinderopvang jouw keuze om borstvoeding te blijven geven ondersteunt en dat zij goed geïnformeerd zijn over de manier waarop afgekolfde moedermelk bewaard en gebruikt moet worden.  Bij het kiezen van opvang voor het kind, kan je het onderwerp borstvoeding ter sprake brengen en je wensen duidelijk maken. Kijk ook bij het ‘Borstvoeding en kinderopvang’ (link naar tabblad Borstvoeding en kinderopvang) voor documenten over borstvoeding voor de kinderopvang. Deze kunnen jou en je kinderopvang helpen met eventuele vragen over borstvoeding in de kinderopvang.

Mogelijkheden

Er zijn verschillende manieren om de borstvoeding verder te zetten eens je terug aan het werk bent. Je kan afkolven met de hand of met een afkolftoestel en een voorraadje moedermelk aanleggen die meegegeven kan worden naar de opvang. Of je kan je borstvoedingspauzes en of andere pauzes  gebruiken om je baby zelf te gaan voeden.

Sommige mama’s kiezen ervoor om de borstvoedingsmomenten tijdens de werkdag af te bouwen. Ze willen wel doorgaan met borstvoeding op de uren dat ze niet aan het werk zijn. Daarbij is volgende info van belang: de productie van de meeste mama’s loopt vaak te fel terug als ze minder dan 3 voedingsmomenten per 24u hebben. Die drie (of meer) voedingsmomenten kunnen verspreid zijn over de dag en de nacht. Of ze kunnen overdag doorgaan. Denk hierbij ook aan voeden bij het afzetten en ophalen in de opvang of aan een voeding net voor je zelf gaat slapen. Kindjes moeten daarbij niet volledig wakker zijn, ook halfslapend willen ze vaak al aan de borst. Als je kindje echter net op dat moment in zijn diepe slaap verkeert, ga je hem hoogstwaarschijnlijk niet kunnen wekken.

Voorbereiden

De weken voor je het werk hervat kan nu en dan al wat melk afkolven en een kleine voorraad aanleggen. Vaak vragen moeders zich af hoe ze extra porties moedermelk kunnen kolven als hun kindje elke voeding aan de borst drinkt. Veel moeders hebben echter  ’s ochtends meer melk (de borstvoedingshormonen zijn actiefst in de nacht). Hun kindje drinkt dan vaak slechts één borst, of maar een beetje van de tweede borst. Van de nog meest volle borst kan je dan nog een deel afkolven. Je kindje zal meestal geen probleem maken de volgende voeding, maar als hij toch iets minder gedronken zou hebben, zal hij daarna gewoon iets sneller om een voeding  vragen. Als je kindje eerder ’s nachts veel drinkt, kan het zijn dat je gemakkelijker op andere momenten wat extra voorraad kolft. Sommige mama’s kolven na elke voeding nog een beetje na en komen zo ook aan extra porties moedermelk ter voorbereiding van de terugkeer naar het werk. Moedermelk kan je voor een langere periode bewaren in de diepvries. Je kan ook altijd aan je opvang vragen om een portie melk in hun diepvries te bewaren voor noodgevallen. Op die manier heb je ook minder stress bij je dagelijkse kolfbeurt. Voor meer info over bewaren en opwarmen van moedermelk, klik hier

 

Terug aan de slag 

Wennen

De eerste dag dat je terug aan het werk gaat is vaak opnieuw even wennen. Je neemt afscheid van de kraamtijd met de baby. Afhankelijk van de leeftijd van de baby op dit moment, kan je met een aantal uitdagingen rond borstvoeding te maken krijgen. Hieronder vind je enkele mogelijke tips die je kunnen helpen. 

Kolfmomenten

Afhankelijk van je werksituatie kan je (zeker de eerste dagen) kolven telkens wanneer het nodig is. Als je echter strikt vastgelegde kolfmomenten hebt en je hebt de eerste dagen al sneller dan je afgesproken kolfmoment stuwing, dan kan je snel een beetje melk wegkolven om de ergste stuwing te verhelpen. Dit duurt immers maar een paar minuten. Dit voorkomt ook vaak al dat je begint te lekken. Als je toch voelt dat je lekt en je je werkplek niet onmiddellijk kan verlaten, kan het helpen om druk uit te oefenen met je arm(en) tegen je lekkende borst(en). Sommige moeders ervaren een verminderde melkproductie wanneer ze terug aan de slag gaan. Om de melkproductie op peil te houden is het daarom nodig dat je tijdens de werkdag afkolft, en verder ’s avonds en ’s morgens  (evt. ook ’s nachts) goed blijft aanleggen. Het is mogelijk dat je baby het aantal keer dat hij aan de borst drinkt opdrijft om een voldoende melkproductie te verzekeren. 

Ritme

Het ritme waarop je baby om zijn voeding vraagt is vaak nog heel wisselend en frequent. Je kan aan je kinderopvang uitleggen wat het ritme is van jouw kindje (een wisselend ritme is ook een ritme) en hoe vaak hij nog drinkt. Zij willen ook graag dat jouw dochter of zoon zich thuis voelt en krijgen graag informatie over hoe ze dat kunnen bewerkstelligen.

Rust

Wanneer je kort na je bevalling opnieuw gaat werken, heb je misschien nog weinig energiereserve en ben je sneller moe. Om uit te rusten kan het een oplossing zijn om af en toe op de dagen dat je niet moet werken een middagdutje te doen op het moment dat je baby slaapt.

Verder is het handig om te weten dat dit alles van voorbijgaande aard is, en hoe langer je thuisblijft bij de baby, hoe gemakkelijker je terugkeer verloopt.

Hulp

Ervaar je toch problemen of heb je vragen om de borstvoeding verder te zetten bij je terugkeer naar het werk? Aarzel dan niet om hulp te zoeken. Kijk hier voor de mogelijkheden. 

Hoeveelheden

Hoe vaak je zal moeten kolven opdat de baby voldoende melk heeft, hangt af van de leeftijd van de baby en hoe lang jullie gescheiden zijn. Hoe jonger je kindje, hoe vaker je zal moeten kolven. Als algemene richtlijn kan volgende formule gebruikt worden om de hoeveelheid melk te bepalen die de baby’s tot de leeftijd van één maand per dag gemiddeld drinken: 150ml x kg lichaamsgewicht, gedeeld door het aantal voedingen dat de baby normaal heeft.  Voor oudere baby’s is de formule iets anders, nl. voor een baby tot de leeftijd van:

2 maanden: 140 ml x kg lichaamsgewicht

3 maanden: 130 ml x kg lichaamsgewicht

4 maanden: 120 ml x kg lichaamsgewicht

5 maanden: 110 ml x kg lichaamsgewicht

6 maanden: 100 ml x kg lichaamsgewicht 

Aangezien borstgevoede baby’s frequenter en ook kleinere hoeveelheden drinken is het normaal dat die baby’s in de opvang ook kleine porties drinken. Porties tussen de 60 en de 100 ml zijn normale porties, ook als kindjes ouder zijn dan zes maanden.

Het is ook raadzaam om moedermelk te blijven aanbieden overdag als kindjes al groeten – en fruitpap eten, aangezien melkvoeding meer calorieën bevat dan groeten of fruit en aangezien de darmen moedermelk nog een lange tijd veel beter kunnen opnemen dan andere voedingsstoffen.

Voor nog meer info over borstvoeding en werken kan je een kijkje nemen in deze brochure. Deze brochure en andere documenten werden speciaal ontwikkeld als informatiebron voor het combineren van werk of studie met borstvoeding en dit zowel voor moeders als voor de kinderopvang.