Kenniscentrum borstvoeding

Een houvast bij borstvoeding voor moeders en professionelen

De terugkeer naar het werk plannen

Voor moeders die borstvoeding en werk wensen te combineren is het in de eerste plaats van belang dat ze zich goed informeren over de mogelijkheden om deze combinatie gemakkelijker te maken. Vaak is het goed dat ze al tijdens de zwangerschap voor zichzelf plannen wanneer ze opnieuw aan het werk gaan, en hoe ze dit zullen aanpakken. Gaan ze voltijds of deeltijds aan de slag? Willen ze gebruik maken van een regeling als ouderschapsverlof of tijdskrediet? Wensen ze beroep te doen op het recht op borstvoedingspauzes, en zijn de nodige faciliteiten aanwezig op het werk? Zorgverleners kunnen de moeder ook na de bevalling helpen om hierbij stil te staan door bij een consultatie te vragen hoe de moeder haar terugkeer naar het werk ziet. Mogelijk komen hierdoor bekommernissen en problemen ter sprake waarvoor samen een oplossing kan gezocht worden.

Voor moeders die twijfelen om al dan niet te blijven voeden wanneer ze terug aan de slag gaan, kunnen volgende aspecten een rol spelen in de beslissing:

    •  borstvoeding biedt optimale kansen voor een goede gezondheid, groei en ontwikkeling
    •  bij kunstvoeding is er meer afwezigheid op het werk door ziekte van het kind
    •  meer kans op ziektekosten voor het kind
    •  suboptimale gezondheid en welbevinden voor de moeder
    •  meer energie en tijd nodig voor het klaarmaken van flesjes
    •  de borstvoeding vormt voor de moeder een rustpunt in de dag
    •  borstvoeding biedt moeder en kind de kans om zich opnieuw verbonden te voelen na een dag gescheiden te zijn door het werk.

Het is verder belangrijk dat ook de kinderopvang de keuze van de moeder om borstvoeding te blijven geven ondersteunt. Bovendien is het belangrijk dat zij goed geïnformeerd zijn over de manier waarop afgekolfde moedermelk bewaard en gebruikt moet worden.  Bij het kiezen van opvang voor het kind, kan de moeder het onderwerp borstvoeding ter sprake brengen en haar wensen duidelijk maken.

Terug aan de slag

Wennen

De eerste dag dat de moeder terug aan het werk gaat is vaak opnieuw even wennen. Ze neemt afscheid van de kraamtijd met de baby. Afhankelijk van de leeftijd van de baby op dit moment, zal de moeder met een aantal uitdagingen rond borstvoeding te maken krijgen. Hieronder zijn enkele mogelijke tips die haar kunnen verder helpen.

Kolfmomenten

Afhankelijk van haar werksituatie kan ze (zeker de eerste dagen) kolven telkens wanneer het nodig is. Als de moeder echter strikt vastgelegde kolfmomenten hebt en ze de eerste dagen al sneller dan je afgesproken kolfmoment stuwing heeft, dan kan ze snel een beetje melk wegkolven om de ergste stuwing te verhelpen. Dit duurt immers maar een paar minuten. Dit voorkomt ook vaak al dat ze begint te lekken. Als  de moeder toch voelt dat ze lekt en ze haar werkplek niet onmiddellijk kan verlaten, kan het helpen om druk uit te oefenen met je arm(en) tegen de lekkende borst(en). Sommige moeders ervaren een verminderde melkproductie wanneer ze terug aan de slag gaan. Om de melkproductie op peil te houden is het daarom nodig dat er tijdens de werkdag wordt afgekolfd, en verder ’s avonds en ’s morgens  (evt. ook ’s nachts) goed blijft aanleggen. Het is mogelijk dat de baby het aantal keer dat hij aan de borst drinkt opdrijft om een voldoende melkproductie te verzekeren.

Rust

Wanneer moeders kort na hun bevalling opnieuw gaan werken, hebben ze misschien nog weinig energiereserve en kunnen ze sneller moe zijn. Om uit te rusten kan het een oplossing zijn om af en toe met hun kindje in bed te kruipen of op niet werkdagen een middagdutje te doen op het moment dat de baby slaapt.

Verder is het handig om te weten dat dit alles van voorbijgaande aard is, en hoe langer een moeder thuisblijft bij de baby, hoe gemakkelijker de terugkeer verloopt.

Hoeveelheden

Hoe vaak een moeder zal moeten kolven opdat de baby voldoende melk heeft, hangt af van de leeftijd van de baby en hoe lang ze gescheiden zijn. Hoe jonger het kindje, hoe vaker de moeder zal moeten kolven. Als algemene richtlijn kan volgende formule gebruikt worden om de hoeveelheid melk te bepalen die de baby’s tot de leeftijd van één maand per keer gemiddeld drinken: 150ml x kg lichaamsgewicht, gedeeld door het aantal voedingen dat de baby normaal heeft.  Voor oudere baby’s is de formule iets anders, nl. voor een baby tot de leeftijd van:

2 maanden: 140 ml x kg lichaamsgewicht

3 maanden: 130 ml x kg lichaamsgewicht

4 maanden: 120 ml x kg lichaamsgewicht

5 maanden: 110 ml x kg lichaamsgewicht

6 maanden: 100 ml x kg lichaamsgewicht

Aangezien borstgevoede baby’s frequenter en ook kleinere hoeveelheden drinken is het normaal dat die baby’s in de opvang ook kleine porties drinken. Porties tussen de 60 en de 100 ml zijn normale porties, ook als kindjes ouder zijn dan zes maanden.

Het is ook raadzaam om moedermelk te blijven aanbieden overdag als kindjes al groeten – en fruitpap eten, aangezien melkvoeding meer calorieën bevat dan groeten of fruit en aangezien de darmen moedermelk nog een lange tijd veel beter kunnen opnemen dan andere voedingsstoffen.

Voor nog meer info over borstvoeding en werken kan je een kijkje nemen in deze brochure. Deze brochure en andere documenten werden speciaal ontwikkeld als informatiebron voor het combineren van werk of studie met borstvoeding en dit zowel voor moeders als voor zorgverleners.